CV Tuning

Hoe moet de cv ’s nachts werken?

De juiste hoogte van de minimale nachttemperatuur is een landelijke discussie geweest. 17, 15, 13 of 10 °C? Wat is het zuinigste?

Het antwoord is 10 °C, zo laag mogelijk!


Het kunstmatig hoog laten van de nachttemperatuur is een van de grootste energiefabels die er zijn. Natuurkundig klopt hier niets van. Jaren geleden ben ik hierover geïnterviewd in het technische vakblad Installatie (http://www.cvtuning.nl/uploads/pdf/Installatie2002oktCVT_art.pdf). De journalist was zo ondersteboven van de stelling dat ’s nachts de cv zoveel mogelijk ‘uit’ moet, dat zij naar het ISSO (het kenniscentrum van de installatietechniek) gestapt is. Die kwamen met een reactie, waarbij de kop en de intro van het artikel suggereren dat ik het fout had, maar waarbij de geïnterviewde toch ruiterlijk toegaf dat een lagere minimale nachttemperatuur het zuinigste is (http://www.cvtuning.nl/uploads/pdf/Installatie_2003aprCVT_art.pdf).

De vraag is waarom de installatiesector toch vasthoudt aan deze misvatting. Laten we de gebruikelijke argumenten van de sector eens onder de loep leggen:

1. Bij het aangaan moet er 's morgens een grote hoeveelheid extra warmte gemaakt worden, en dat zou meer gas kosten dan de hele nacht een beetje.

Dit is onzin. De hoeveelheid warmte die ’s morgens ingebracht moet worden (tijdens het aanwarmen, ook wel boost genoemd), is gelijk aan alle warmte die de hele nacht de woning verlaten heeft. Hoeveel is dat? Dat is gelijk aan de formule C x Tijd x δT.

  • C is een constante die voor het grootste deel vastligt en bepaald is door de islolatiewaarde van de woning. Daarnaast is de mate van ventilatie van invloed; open ramen en mechanische ventilatie.
  • T is de tijd waarover gemeten wordt. Dus vanaf het moment dat de cv begint met afkoelen tot aan het moment dat het weer warm is in het pand.
  • δT (delta T) is het temperatuurverschil tussen buiten en binnen. Die verandert dus tijdens de nacht, omdat het buiten ook afkoelt.
    Hoe groter het temperatuur verschil, hoe meer warmte de woning uit stroomt.

δT is dus de enige beïnvloedbare factor (naast de open ramen). Het spreekt vanzelf dat als we de woning kunstmatig warm houden, δT het grootst is. Het warmteverlies is het grootst, en dus zal er ’s ochtends ook meer warmte ingebracht moeten worden. De enige manier om δT klein te houden is door de cv zo lang mogelijk te laten afkoelen.

2. Tijdens de aanwarmperiode verliezen we het HR-rendement.

Dit is een beetje waar, maar gemakkelijk tegen te gaan door de ketel zodanig in te stellen dat de watertemperatuur nooit boven de 60 °C uit komt. En dat kan omdat dit argument met name gebruikt wordt in woningen die goed geïsoleerd zijn. Dus dit tegenargument snijdt niet echt hout. 

Conclusies

In de praktijk blijkt dat het verlagen van de nachttemperatuur altijd zuiniger is.
Het laag zetten van de cv is de voornaamste methode om gas te besparen. En het werkt het beste in utiliteitsgebouwen (20-25% besparing). Huishoudens besparen minder (5 - 15%). De reden daarvan is dat de buiten bedrijfstijd in het huishouden veel korter is: een utiliteitsgebouw waarin in het weekend niet gewerkt wordt, is driekwart van de tijd ‘uit’. Er zijn na 18.00 uur en in het weekend geen mensen meer in het gebouw. Een huis is elke dag van 8.00 - 24.00 uur in gebruik.

Installateurs houden vast aan een hoge nachttemperatuur. De reden is, dat een cv-installatie met een hoge nachttemperatuur het gemakkelijker lijkt te doen. 's Ochtends hoeft men immers nauwelijks aan te warmen. En dat aanwarmen kan alleen goed gaan met een thermostatische regeling, in een groot gebouw dikwijls aangeduid als optimalisering. 
Tegenwoordig maakt men steeds meer gebruik van weersafhankelijke regelingen, zonder goede aanwarmmethodes. De stooklijn staat altijd te hoog. De thermostaatkranen zorgen er dan voor dat de binnentemperatuur niet te hoog oploopt. Ze lopen steeds open en dicht.
Daar komt bij dat men ook nooit meer waterzijdig inregelt, althans niet op de radiatorkranen. Werkende thermostaatkranen kunnen de waterzijdige onbalans die dit veroorzaakt camoufleren. Als het flink afkoelt staan alle thermostaatkranen open, en werken ze dus niet. Dan komt die onbalans aan het licht. Allerlei vertrekken blijken niet, of maar moeilijk warm te worden. 
Hoe hoger de nachttemperatuur, hoe minder installatieproblemen zichtbaar zijn. Maar dat verspilt wel veel gas!

Nota bene

Een minimale nachttemperatuur betekent niet dat de temperatuur ook echt ver moet zakken. Integendeel, goede isolatie voorkomt dat juist. Het betekent alleen maar dat de cv niet mag aangaan, totdat die minimale nachttemperatuur bereikt is.
En waarom niet lager dan 10 °C? Dan ontstaan andere problemen, zoals condensvorming op de kozijnen en vastlopende kopieermachines. Dat is wel wat zuiniger, maar het vervangen van kozijnen is toch veel duurder.