Gas en geld besparen door slimmer cv afstellen
Door onze redacteur
Marcel aan de Brugh
In bijna elk huis of kantoorgebouw lukt het verwarmingdeskundige Joep van de Ven de cv-installatie en de radiatoren beter af te stellen. Dat spaart aardgas, en geld. Soms heel veel.
Fluitend loopt verwarmingsdeskundige Joep van de Ven de statige werkkamer binnen van Karla Peijs, Commissaris van de Koningin in Zeeland. Peijs is er niet. Op haar bureau staat een goed gevulde fruitmand. Aan een van de muren prijkt een topografische kaart van de provincie. Als Van de Ven de verwarming ziet, schudt hij afkeurend zijn hoofd. „Dit is dus fout”, zegt hij resoluut.
Twee grote radiatoren zijn weggewerkt achter wit geverfde, houten schotten.„Esthetisch mooi”, zegt Van de Ven. „Maar uit het oogpunt van het klimaat moet je dit niet doen.” De schotten houden de warmte van de radiatoren tegen, legt hij uit. Om de kamer warm te krijgen en te houden, moet er meer worden gestookt dan strikt nodig is.
Van de Ven stelt cv-systemen af. Bijna overal waar hij komt, valt er wel wat te verbeteren, zegt hij. „Bij 95 procent van de gebouwen die ik bezoek zijn de cv-installatie en de radiatoren niet goed afgesteld.”
Bij huishoudens bespaart hij al gauw 10 procent op het gasverbruik, zegt hij. In kantoorgebouwen kan de besparing oplopen tot wel 25 procent. In geld uitgedrukt levert dat jaarlijks honderden, tot soms wel tienduizenden euro’s op, afhankelijk van de grootte van het gebouw.
Ook in het provinciehuis in Middelburg, waar Van de Ven deze weken een grote opdracht uitvoert, valt veel te winnen. Werknemers klaagden dat sommige kamers onaangenaam warm werden, terwijl andere koud bleven. Hoeveel radiatoren in het gebouw hangen, weet hij niet precies. „In elk geval honderden.”
Van de Ven legt uit: een cv-installatie regelt de temperatuur in een gebouw op twee manieren. De aanvoertemperatuur van het radiatorwater, en de hoeveelheid water die door de radiatoren stroomt. Beide moeten goed werken, anders ontstaan problemen.
De aanvoertemperatuur van het radiatorwater wordt bepaald door instellingen bij de cv-ketel. De hoeveelheid water die door de radiatoren stroomt, hangt af van de instellingen van de cv-pomp, radiatorkranen en radiatorventielen. Als het goed is stroomt door elke radiator naar verhouding evenveel water.
In Middelburg was dat duidelijk niet het geval. Van de Ven heeft dagenlang lopen sleutelen en draaien aan ventielen en kranen. Hij heeft de aanvoertemperatuur van het radiatorwater verlaagd van 80 naar 60 graden Celsius. Het resultaat blijkt als hij door de gebouwen van het provinciehuis loopt.
„Hoe is het dames”, vraagt hij in een kamer waar twee oudere vrouwen achter een computer zitten te werken. Ze zeggen dat hun werkruimte tegenwoordig prima op temperatuur is. „Vroeger was het altijd te koud”, zegt een van de vrouwen. „Als je nu ook nog wat aan het weer kunt doen”, vraagt de ander. Buiten waait een ijzige wind. Verderop in de gang zegt een man dat hij vroeger altijd het raam openzette, omdat het juist steeds „loeiheet” werd. Nu is het veel beter.
Terug in zijn tijdelijke werkkamer laat Van de Ven daggrafieken zien die het stookpatroon van het provinciehuis weergeven. „Zie je hoe ongewoon?”, zegt hij. Normaal begint het dagpatroon met een korte, scherpe piek: dan stookt de cv-ketel eventjes hard, om alle ruimtes op temperatuur te krijgen. Daarna zakt de lijn en blijft zij de rest van de dag stabiel. ’s Nachts daalt de lijn. Maar de grafieken van het provinciehuis laten een veel grilliger patroon zien. Van de Ven is benieuwd hoe de patronen eruit zullen zien als hij helemaal klaar is in Middelburg.
Van de Ven is niet altijd verwarmingsdeskundige geweest. Hij volgde de lerarenopleiding in Nijmegen en doceerde daarna enkele jaren natuurkunde en biologie op een middelbare school. Vervolgens richtte hij in dezelfde stad het Milieu Educatie Centrum op, dat hij twaalf jaar leidde. Gaandeweg merkte hij dat hij een actievere bijdrage wilde leveren aan het bestrijden van het klimaatprobleem. In 1996 richtte hij zijn eigen bedrijfje op, CV Tuning. „Mensen kunnen nog zoveel bezuinigen op hun gasverbruik”, zegt hij, „maar het interesseert de meesten geen fluit. Als je vraagt hoeveel aardgas ze in hun huis verbruiken, weten ze het meestal niet.”
Ooit stelde Van de Ven bij de Technische Universiteit Delft de cv-installatie van de faculteit Bouwkunde af. Dat was een mooie klus, zegt hij. Het gebouw telde duizend radiatoren. Die moest hij beter zien af te stellen. Het lukte. Helaas wordt zijn werk amper meer gedaan, zegt Van de Ven. De opleiding ervoor is geschrapt. Installateurs kijken bij klachten vooral naar de cv-ketel, en niet naar het hele systeem. Van de Ven: „Ik doe dat wel. Ik ben van de evenwichten.”
‘Als ik mensen vraag hoeveel aardgas hun huis verbruikt, weten ze het meestal niet’
Joep van de Ven in een van de ketelhuizen die het provinciehuis in Middelburg warm stoken.
Foto’s Rien Zilvold
Warmtebeeldcamera
Welke nachttemperatuur?
Wat is zuiniger? De thermostaat ’s nachts terugdraaien naar 16 graden Celsius, naar 10 graden Celsius, of nog lager? Hierover loopt al jaren een discussie. De overheid adviseert een nachttemperatuur van 15 tot 16°C. Maar verwarmingsdeskundige Joep van de Ven noemt dat „belachelijk hoog”. De overheid heeft een belang bij dat advies, beweert hij: hoe hoger de nachttemperatuur, hoe meer gas er wordt verkocht, hoe hoger dus de gasinkomsten voor de Staat.
Van de Ven heeft het laten uitzoeken door twee leerlingen van het Stedelijk Gymnasium in Nijmegen. Zij bouwden een proefopstelling, bestaande uit twee kastjes van mdf-hout met daarin verwarmingselementen en temperatuurmeters. In één kastje ging de temperatuur vanaf 22.00 uur ’s avonds terug naar 15 graden Celsius, het andere kastje mocht onbeperkt afkoelen. Na twee weken meten bleek dat het 17 procent minder energie kost als de thermostaat ’s nachts op 10°C gaat, dan wanneer hij op 15°C wordt ingesteld. Van de Ven zegt er wel bij dat „kastjes niet helemaal te vergelijken zijn met echte huizen”. Toch adviseert hij de nachttemperatuur in huizen met dubbel glas op 10°C en in huizen met enkel glas op 12°C te zetten. „Zo kunnen ze een hoop energie, en geld, besparen.”