CV Tuning

Warmtelichamen

Warmtelichamen zijn die elementen in het leidingnet van een cv-installatie die speciaal bedoeld zijn om de warmte van het ketelwater af te geven aan de omgeving. Alle andere elementen moeten dat zo min mogelijk doen en zouden dus goed geïsoleerd moeten zijn. De meest bekende warmtelichamen zijn de radiatoren (1) en de convectoren (2) , maar ook luchtbehandelingskasten en vloerverwarming (3) vallen hieronder.

Warmte bestaat uit straling en convectie. Bij de laatste wordt de lucht verwarmd, die vervolgens opstijgt, en aldus ook de ruimte verwarmt. Straling verwarmt niet de lucht, maar straalt rechtstreeks door naar de mens. Men kan het voelen, bij een hete houtkachel of een kampvuur bijvoorbeeld. Het meest comfortabel voelt men zich als de warmte gelijkmatig verdeeld is tussen straling en convectie.

Het is belangrijk om te weten dat elk warmtelichaam het hoogste rendement produceert bij een eigen watertemperatuur. Zonder voorzorgsmaatregelen is een combinatie van verschillende warmte-afgevers (bijvoorbeeld radiatoren en convectoren) nadelig voor dat rendement.

1) Radiatoren

De snelheid waarmee de warmte afgegeven kan worden aan de lucht, is afhankelijk van het oppervlak dat aan de lucht blootgesteld wordt. Op hoofdlijnen is de indeling van de radiatoren hierop gebaseerd.

Ledenradiatoren
Zware radiatoren, opgebouwd uit leden. De waterinhoud is groot en de oppervlakte dat aan de lucht blootgesteld is, is klein. De warmte-afgifte is dus traag. Deze radiatoren vindt men voornamelijk in oude gebouwen, en worden tegenwoordig nauwelijks meer toegepast.

Plaatradiatoren
Deze bestaan uit één of meerdere platen. De waterinhoud is relatief klein t.o.v. de oppervlakte die aan de lucht blootgesteld wordt, en dus is er sprake van een snelle warmte-afgifte, die bovendien ook nog eens een goede hoeveelheid straling kunnen afgeven. Soms last men tussen de platen nog convectorlamellen, waardoor men de afgifte aan de lucht nog meer versnelt.

Designradiatoren
Het zijn radiatoren in allerlei vormen, gemaakt voor de omgeving en waarbij minder rekening gehouden is met zijn primaire functie, het snel opwarmen van een vertrek. Het rendement loopt dus achteruit. Het meest bekend zijn wel de handdoekradiatoren voor de badkamer. Weliswaar prima geschikt om handdoeken te drogen, maar minder geschikt om 's morgens snel de badkamer op te warmen. Wil men dat toch, dan zal men de nachttemperatuur kunstmatig moeten verhogen, wat energetisch erg ongunstig is. Bij twijfel over dit advies ga naar het volgende onderzoek.

2) Convectoren

Convectoren bestaan uit leidingen, waaraan op kleine afstanden van elkaar lamellen gelast zijn. Daarmee wordt de oppervlakte dat aan de lucht blootgesteld wordt enorm vergroot, waardoor er heel veel convectie ontstaat en nauwelijks straling. Het ontbreken van straling is een nadeel (het voelt minder behaaglijk aan), maar heeft wel het voordeel dat men ze in een kast of put kan bouwen, waardoor ze aan het zicht onttrokken kunnen worden.

Om warmte aan lucht af te kunnen geven, zijn hoge watertemperaturen nodig. Dit betekent dat convectoren minder goed combineren met een HR-ketel (althans het HR-rendement van zo'n ketel negatief beïnvloeden). Een veelgebruikte toepassing in de woningbouw is een combinatie van radiatoren en convectoren, waarbij de convector voor de schuifpui geplaatst wordt. Dit beinvloedt het HR-rendement negatief, of de convector geeft te weinig warmte af, wat met name in de winter kouklachten tot gevolg kan hebben.

Over de opstelling van een convector in de put bestaan meningsverschillen. Soms plaatst men ze aan de kamer zijde, dan weer in het midden of aan de raamzijde. In alle drie de gevallen stroomt de warme lucht langs het raam naar boven, maar alleen aan de raamzijde zullen de opwaartse en neerwaartse luchtstromen elkaar niet hinderen, en dat lijkt dus het grootste rendement op te leveren.

3) Vloerverwarming

Bij vloerverwarming worden buizen of slangen in de vloer gelegd die deze opwarmen, zodat het behaaglijk aanvoelt. In feite functioneert de hele vloer dan als een radiator. Vloerverwarming mag men alleen aanbrengen in vloeren die daarvoor geschikt zijn, en omdat wijzigingen in het systeem achteraf bijzonder ingrijpend zijn  is het raadzaam om hierover gedegen advies in te winnen. In woonvertrekken voelt een vloerverwarming lekker aan als deze niet boven de 29°C komt, in een badkamer mogen daar nog twee graden bij.

Het is belangrijk om te weten dat het water van de vloerverwarming niet al te warm mag worden (max. 50°C), omdat anders de vloer beschadigt. Dit betekent automatisch dat een vloerverwarming moeilijk combineert met radiatoren, omdat deze een hogere watertemperatuur nodig kunnen hebben. Toch is die combinatie goed toepasbaar - het wordt ook als zeer behaaglijk ervaren - maar dan moet men de installateur vragen om de vloerverwarming te scheiden van de radiatorverwarming. Dat kan door een mengklep te gebruiken die het warme ketelwater mengt met het retourwater, zodat beide systemen altijd met de juiste temperatuur werken. De vloerverwarming heeft dan ook nog een eigen pomp en regeling nodig.

Omdat stoken met lage temperaturen mogelijk is, is een vloerverwarming bijzonder geschikt in combinatie met een HR-ketel.

Wandverwarming werkt volgens precies hetzelfde principe.