CV Tuning

Ruimtecompensatie

Weersafhankelijke regelingen verwarmen volgens een stooklijn. De watertemperatuur van de cv-installatie is alleen afhankelijk van de buitentemperatuur. Uitgangspunt daarbij is dat de ingestelde stooklijn een binnentemperatuur onderhoudt van 20 graden.  Dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn, want zulke regelingen doen niets met de binnentemperatuur. Verkeerd ingestelde stooklijnen kunnen wel 25 graden bereiken! Aangezien de juiste stooklijn moelijk te kiezen is (sterker nog: het is onmogelijk), zijn er twee  'oplossingen' bedacht om het discomfort te beperken.

De thermostaatkraan

Wanneer het te warm wordt lopen de thermostaatkranen dicht. Er wordt dan nog steeds teveel warmte gemaakt, maar deze komt niet meer in de radiatoren. De warmte zit wel in de leidingen. Dat kost extra energie.
En daar blijft het niet bij. Er kan best warmte gevraagd worden, terwijl alle thermostaatkranen dicht gelopen zijn. De ketel kan zijn warmte dan niet meer kwijt en zal een storing vallen. De shuntleiding, meestal maar niet altijd, uitgevowerd met veerbelaste klep is dan de oplossing. Het warme water stroomt dan volkomen zinloos door die shuntleiding; een situatie die veel voorkomt in voor- en najaar.

Het is deze situatie (weersafhankelijk regelen met thermostaatkranen en shuntleiding), waardoor CV Tuning nog wel eens wil beweren dat thermostaatkranen gas kosten, en niets besparen. Ze worden verkeerd toegepast!

Ruimtecompensatie

Thermostatische regelingen reageren wel op de binnentemperatuur. Het zou toch verrekte handig zijn, als die stooklijn beïnvloedt zou kunnen worden door de binnentemperatuur. Ruimtecompensatie doet dat; het woord zegt het al. Wanneer de weersafhankelijke regeling in de referentieruimte hangt, en voorzien is van een binnenvoeler, kan de binnentemperatuur daar de stooklijn beïnvloeden. De gebruiker zelf bepaalt de mate waarin, door de ruimtecompensatiefactor in te stellen.

De ruimtecompensatiefactor

Hoe lager de waarde, hoe minder invloed. Bij 0 heeft de binnentemperatuur geen enkele invloed op de stooklijn. 
Bij 1 verandert de temperatuur van het water met 2 a 3 graden, met 2 zo'n 4 - 6 gradfen, enz. Is de ruimtetemperatuur te laag, dan gaat de watertemperatuur te hoog, en andersom.
Wanneer de ruimtetemperatuur erg hoog staat, bijvoorbeeld 7, dan is de weersafhankelijke regeling helemaal thermostatisch geworden! Dus dat kan alleen met een hele goede referentieruimte. Meestal worden daarom waarden tussen 2 en 4 gekozen.